dinsdag 29 oktober 2013

Dag 2 (9 oktober 2013)

De tweede cursusdag bestond uit twee delen. Het eerste deel stond in het teken van leiderschap. Belangrijke vraag: Hoe ga je een verandering binnen je organisatie sturen? Dit kan (grofweg) op twee manieren: de ‘top down’ (ook wel ‘Bokito’) manier: er is één iemand die de touwtjes in handen heeft en alles stuurt en beslist zonder daarbij de betrokken mensen te benaderen. De tweede manier (de in mijn ogen veel prettigere manier) is de “whole system approach”.
 
Uiteindelijk kwamen we bij de volgende twee deling: 


-          Het Angelsaksisch model ('t bazige beestje - Harry Sacksioni)
-          Het Rijnlands model (Kate - de Wereldband)

Deze twee modellen gingen we aan de hand van opdrachten analyseren. Bij een van de opdrachten was het de bedoeling om op grond van basishouding, aansturing, professionele ruimte, groeimogelijkheden en omgaan met fouten te bekijken hoe de verschillende systemen omgaan met bovengenoemde punten. Dit was onze analyse (Salomé, Marjon en Wouter)


Welk punt? Angelsaksisch Rijnlands
Basishouding Gehoorzaam en autoritair Communicatie open, sociaal
Aansturing Degene die geld heeft Iedereen (elke laag) wordt gehoord, nadeel is dat het lang duurt
Professionele ruimte Weinig (wij zagen dat als een nadeel) Veel
Groeimogelijkheden Goed of afgekeurd Beter omdat je meer verantwoordelijkheid krijgt
Omgaan met fouten Je ligt er uit (dat is een nadeel) Je kan met een goed verhaal makkelijk onder de verantwoordelijkheden uit komen (dat is een nadeel)



Extra opmerking Resultaat gericht Samenwerking

Eigen initiatief wordt niet gewaardeerd Eigen initiatief is mogelijk

Na verschillende gedachtewisselingen hierover kwamen we tot de eindconclusie dat je deze twee modellen in de volgende zinnen kan samenvatten:

Angelsaksisch: wie de baas is mag het zeggen ('t bazige beestje - Harry Sacksioni)
Rijnlands: wie het weet mag het zeggen

Na deze verhandeling gingen we verder met distributed leadership (gespreid leiderschap). Een van de vooraanstaande personen op dit gebied is Jim Spillane. Deze gedachtegang staat in het verlengde van het Rijnlands model waarbij nog extra ingegaan wordt op het gedrag, de emoties en cultuur die heerst op een organisatie (school). Bij het bestuderen van deze 3 factoren kan je zien waar blokkades (kunnen) liggen. Als bepaalde activiteiten niet lopen (m.b.t. veranderingen) is het belangrijk dat duidelijk wordt waar het stagneert.
Daarnaast is uitgelegd hoe gespreid leiderschap ontstaat. In het figuur hiernaast zie je dat er vier factoren van invloed zijn op het verkrijgen van leiderschap: toekennen, verwerven, ervaren professionele ruimte en situatie. Deze 4 pijlers staan onlosmakelijk met elkaar in verbinding.
Waar het om draait is dat deze matrix vooral een dynamisch geheel is. In de ene situatie ben je een leider maar in de volgende situatie ben je juist een volger. Het gaat er om dat er gebruik gemaakt wordt van de expertise van teamleden. Wanneer ik de link naar onze school leg zou hier nog veel meer gebruik van gemaakt kunnen worden.
Wanneer we spreken over leiderschap hebben we het over verandering en wanneer we over management spreken is dat het handhaven van een bestaande situatie. Wanneer er een verandering heeft plaats gevonden moet deze situatie gemanaged worden. Grote vraag blijft altijd: wat doe je met mensen die niet mee willen? Grote (onderwijs) tip: zorg er voor dat het voor de doelgroep (in dit geval de kinderen van een klas) er belang bij heeft aan de verandering die doorgevoerd wordt.

Wat neem ik hier van mee?
 
Voor mij is duidelijk geworden dat, wanneer je iets wilt veranderen en er draagvlak voor is, je dit kunt creëren door het team deelgenoot te maken van de verandering (m.a.w. laat het team meedenken). Voordat ik deze theorie hoorde was ik al in beginsel bezig met deze manier van werken maar door deze inleidende presentatie ben ik wel aangezet om mijzelf te verdiepen in dit onderwerp en deze gedachtegang.

Ik ben op zoek gegaan naar aanvullende informatie en ben gekomen bij een rapport van ‘LOOK – professionele ruimte en gespreid leiderschap’ en bij een blog van de oprichters Joseph Kessels en Cora Smit geschreven door Mariël Rondeel:
http://www.kessels-smit.nl/nl/gespreid-leiderschap-bevorderen-als-ontwerper


Conclusie:

Het was een zeer interessante ochtend waarin leiderschap, voor mij, een veel diepere betekenis heeft gekregen.





PACK




Na de lunch gingen wij verder met het TPACK model. TPACK staat voor: 



http://www.meestermichel.nl/wp-content/uploads/2010/10/Tpack-contexts.jpg
T = Technology

P = Pedagogy

C = Content


K = knowledge




De eerste drie groepen zijn de ingrediënten die nodig zijn voor een zinvolle manier van inzet van ICT binnen je onderwijs. Het is belangrijk dat je weet welke (nieuwe) media je gaat gebruiken, je moet pedagogisch goed onderbouwd bezig zijn en de inhoud van je les moet bekend zijn. Zodra deze drie elementen evenwichtig vertegenwoordigd zijn in je les is de kans groot dat je een heel goede les met inzet van (moderne) media hebt. Ofwel: een TPACK verantwoorde les.



http://www.learnovationlab.org/uploads/1/2/0/0/12000341/5985609_orig.jpg?577Wanneer een van deze takken Minder goed (of helemaal niet) vertegenwoordigd is krijg je een les die uit balans is en dus niet compleet TPACK verantwoord (zie het figuur hier links). Dit wil, in mijn optiek, overigens niet zeggen dat je dan gefaald hebt. Voor iedereen is de uitdaging anders.





 In onderstaande afbeelding is te zien hoe je die nieuwe media integreert in je onderwijs (want bij veel scholen, en zo ook die van ons, is die integratie nog niet volledig doorgevoerd).






De vijf onderdelen die hierboven in dit stroomdiagram belangrijk zijn zijn:
Recognizing =
Zien dat er zaken zijn m.b.t. moderne media.
Accepting =
Accepteren dat de middelen er zijn.
Adapting =
Wat kan je nou eigenlijk met die moderne media?
Exploring =
Steeds verder uitzoeken wat er met de moderne media mogelijk is.
Advancing =
Je snapt hoe het werkt en je weet wat de mogelijkheden zijn m.b.t. je lessen.


Als dit systeem op de juiste manier toegepast wordt binnen je lessen, verandert je manier van les geven wezenlijk.

Essentieel is dat je eerst gaat bekijken wat je doelen zijn en daarna pas op zoek gaat naar de middelen die passen bij je doel. Dit kan op individueel niveau maar natuurlijk ook op school- of stichtingsniveau. Onderwijsgedreven innovatie verdient de voorkeur boven techniekgedreven innovatie. Het primaire proces is visie en deskundigheid. De toepassingen en infrastructuur zouden het secundaire proces moeten zijn. In veel gevallen is dat andersom (denk aan hoe de meeste digitale schoolborden de school binnen gekomen zijn).

Gunstige uitwerking op dit proces is wanneer meerdere mensen zich over hetzelfde onderwerp buigen. Samenwerking tussen leraren werkt beter dan individuele ondersteuning. Dit hebben wij op onze school in praktijk mogen ervaren. Onze kleuterbouw is aan het experimenteren met iPads. Eerst is uitgezocht wat het doel is, daarna zijn er technische hulpmiddelen bij gezocht. Daarnaast helpen de collega’s elkaar door het proces. Er zijn een aantal leerkrachten die al veel weten over deze apparaten en delen hun kennis met de andere collega’s tijdens bouwvergaderingen. Dit werkt heel goed.

Conclusie:

Eigenlijk komt het er op neer dat je (om verandering te laten plaats vinden) de ‘whole system approach’ en het gedeeld leiderschap moet combineren met elkaar om het TPACK model in gang te kunnen zetten. Met elkaar de weg zoeken door verder te gaan. Muzikale interpretatie: movin’ right along – the muppets (liedje uit de film ‘the muppet movie’)

Geen opmerkingen:

Een reactie posten